Grootte: 2,8 – 3,1 x 1,8 – 2 mm
Deze eerder grote
scymnus soort heeft een bol en ovaal lichaam, bedekt met een korte bleke dichte beharing.
De mannetjes hebben een roodoranje
kop met zwarte ogen. Het
halsschild is zwart met roodoranje zijkanten en een fijne roodoranje boord langs de voorzijde
De wijfjes hebben een zwarte kop met een roodoranje
bovenlip,
kaaktasters en
antennes. Het halsschild is zwart.
De
dekschilden zijn zwart met twee bruinrode tot oranjerode vlekken. Deze vlekken zijn vijfhoekig en zijn uitgerokken van vooronder naar middenboven.
De achterste punt van de dekschilden heeft vaak een roodachtig randje.
Typisch voor de soort zijn twee of drie rijen zeer fijne puntjes langs de
schildnaad.
Er bestaan vormen met twee als met vier vlekken of zelfs een vorm waarbij de vlekken op hetzelfde dekschild met elkaar versmolten zijn.
Te verwarren met de andere soorten behorende tot de frontalisgroep, zie bij: [
SCYFRO]
biotoop eikebossen of xerotherme (droge en warme) plaatsen
Deze tekst is gebaseerd op de werkteksten voor een geplande veldgids van INBO/JNM ©Johan Bogaert