Stippen... Gedaanteverwisselingen

Stippen!



  Klik op de foto's voor een vergroting.   






elff02

Gedaanteverwisselingen Auteur: Caroline Elfferich


Gedaanteverwisselingen van een lieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes ondergaan drie ingrijpende gedaanteverwisselingen voordat ze volwassen zijn; van ei naar larf, van larf naar pop en van pop naar imago (volwassen kever). In het algemeen zie je vaker volwassen kevers dan eieren, larven of poppen. Dat komt omdat de jeugdstadia minder opvallend zijn dan de imago’s en bovendien kunnen ze niet vliegen. Een larf zal daardoor niet onverwacht op je jas landen, terwijl me dat met volwassen lieveheersbeestjes nog wel eens overkomt.
In de zomer en herfst van 2004 heb ik gezocht naar larven en poppen van het Veelkleurig Aziatisch Lieveheersbeestje (Harmonia axyridis), een kevertje dat zich slechts enkele jaren geleden in Nederland heeft gevestigd. Op twee plaatsen in Pijnacker heb ik larven en poppen van deze soort gevonden, in juli aan de Sportlaan en in oktober aan de Gantellaan.
In de zomer had ik een aantal volwassen kevers gevangen en een paar dagen in een potje op de kast laten staan. Vrijwel voortdurend waren de actieve kevers aan het paren. Er werden ook eieren afgezet op een blaadje dat in de pot zat. Kleine oranje capsules, in een groepje bij elkaar. Helaas heb ik de eieren direct buiten gezet, zodat ik geen larfjes uit het ei heb zien kruipen.
De larven vervellen tijdens de groei in totaal vier keer. De kleine larfjes vallen nauwelijks op, maar de grotere larven zijn goed herkenbare langwerpige zwarte beestjes van 6 tot 10 mm lang met 2 rijen oranje vlekken en 6 stevige pootjes. Het lijfje zit vol twee en drietoppige stekels, waardoor de larf wel wat op een cactus lijkt. De larven zijn roofzuchtige jagers, die vooral bladluizen verslinden.
Een larf kun je dus niet dagenlang in een potje zetten om te bekijken.Wel heb ik er eentje enkele uren gevangen gezet om zijn stekels te bekijken met een loupe. Daarna heb ik hem vrijgelaten in de Beukenheg in onze achtertuin, de enige plek in de tuin waar ik luizen kon vinden. Na zes dagen zie ik de larf weer terug boven op de heg, in het zonnetje. Wat doet hij daar? Zonnebaden? Een plekje zoeken om te verpoppen?
Gedurende drie dagen zie ik hem elke middag boven op de heg, terwijl hij ’s ochtends onvindbaar is. Op de derde dag zie ik dat de larf zich met zijn achterlijf vastplakt aan een blaadje boven in de heg. Daar blijft hij doodstil zitten op een duidelijk zichtbare plek. Zijn pootjes ondersteunen zijn lijf. Enkele keren per dag ga ik hem bekijken en langzaam zie ik hem veranderen.
In de loop van drie dagen zie ik de larfhuid dof worden. De pootjes worden lege hulsjes die hun greep op het blad verliezen. De larf krimpt en trekt krom. Nog drie dagen later verschijnen er aan weerszijden van de larfhuid scheuren waar oranje doorheen schemert. Het kan niet lang meer duren voordat de pop te voorschijn zal komen. Maar de volgende ochtend is er alleen nog een restje larfhuid op het blad te zien. Is de verse pop opgegeten door een vogel? Afgespoeld door regen en wind? Het is mij niet bekend.
Aan de Gantellaan heb ik wel een keer de overgang van larf naar pop gezien. Een tamelijk spectaculaire gebeurtenis, want de pop heeft geen pootjes om zich uit de larfhuid te bevrijden en bovendien zit hij vast met zijn achterlijf. Als een boeienkoning wringt en worstelt de knalgele pop zich uit zijn zwarte omhulsel. Zo’n gele pop heb ik een keer mee naar huis genomen. Toen bleek dat de pophuid na enkele uren zwart werd met oranje vlekken. De hoeveelheid oranje en zwart op de pophuid is variabel. In de zomer zag ik poppen met vrij veel oranje, terwijl de herfstpoppen overwegend zwart waren met slechts een smal oranje “ceintuurtje”.
Vijf keer heb ik enkele poppen mee naar huis genomen om de gedaanteverwisseling van pop naar kever te bekijken. Poppen eten niet, zodat ik ze zonder gewetensbezwaren in een potje kon doen en op een kast zetten waar ik vele malen per dag langsloop. Zo hoopte ik een kever te betrappen die uit zijn pophuid tevoorschijn kwam.
Een pop is vrij saai om naar te kijken. Een miezerig keuteltje dat het grootste deel van de tijd roerloos op de bodem van het potje ligt. Een enkele keer zag ik een pop strekken en buigen. Soms uit eigen beweging, maar ook als ik ze aanraakte. Ik heb de indruk dat de beweeglijkheid afneemt naarmate de pop ouder wordt.
Op een dag kijk ik rond koffietijd in een potje met twee onbeweeglijke poppen waarbij ik me afvraag of de poppen misschien hebben besloten om als pop te gaan overwinteren. Maar een uur later hangen er opeens twee kevers ondersteboven tegen het gaas bovenin het potje. Niks winterslaap. Jammer, heb ik toch nog het moment van uitkomen gemist. Het werd me daardoor wel duidelijk dat de kevers vrij snel uit de pophuid kruipen.
De volgende dag heb ik meer geluk. Toevallig zie ik dat één van de poppen kleine schokkende bewegingen maakt. De actie is zo minimaal dat ik me afvraag of ik het wel goed heb gezien. Maar jawel, daar zie ik weer wat bewegen. Dan is er opeens gefriemel van pootjes en daar ligt zo maar een kever op zijn rug! In zeer korte tijd is de kever tevoorschijn gekomen. Het is dan ook niet verbazend dat je zelden een kever uit de pophuid ziet komen.
Een aantal poppen heb ik tijdens het verzamelen losgemaakt van een paaltje. Losgemaakte poppen liggen voortdurend op hun rug door de gekromde houding van het lijfje. Daardoor ligt de kever direct na het uitkomen ook op zijn rug, hetgeen een ongunstige positie is. Bovendien blijkt het lastig te zijn voor de kever om zich van de pophuid los te maken. Eenmaal heb ik een pop zien uitkomen die stevig vastzat aan een stukje karton. De kever wandelde met achteloos gemak uit zijn pophuid, dat zag er veel praktischer uit!
Vrijwel direct na het uitkomen strekken de kevers hun vliesvleugels om ze te laten uitharden in de juiste vorm. De vliesvleugels worden gebruikt om te vliegen en ze zijn bijna twee keer zo lang als de dekschilden. Het uitharden duurt ongeveer een half uur, waarbij de vleugels van geel naar donkergrijs verkleuren. De dekschilden zijn ook zacht bij verse kevers. Een onfortuinlijke kever, die na het uitkomen te lang op zijn rug had gelegen, had afgeplatte dekschilden gekregen. Daardoor kon hij zich niet meer omkeren als hij op zijn rug terechtkwam. Telkens lag de stakker met zijn pootjes in de lucht te spartelen en een dag later was hij dood.
In totaal heb ik 10 kevers gezien die net de pophuid hadden verlaten. Ze hadden allemaal aanvankelijk volledig lichtoranje dekschilden. Het verschijnen van zwart op de dekschilden vond ik heel spannend om te zien. Harmonia axyridis is een lieveheersbeestje dat in vele kleurvarianten voorkomt. Vijf van de 10 kevers werden oranje met zwarte stippen en de overige 5 werden zwart met oranje stippen. Bij de oranje kevers verschenen de zwarte stippen ongeveer na een uur. Enkele uren daarna zag ik nauwelijks meer iets in het patroon veranderen. Bij de zwarte kevers ontstonden na een uur onregelmatige zwarte vegen op de dekschilden. Het duurde wel bijna een dag voordat een zwarte kever met oranje stippen volledig was uitgekleurd.
In een determinatietabel voor Lieveheersbeestjes heb ik opgezocht hoe lang de verschillende ontwikkelingsstadia duren. De ontwikkeling van ei tot larf duurt gemiddeld 5 dagen, van larf tot pop 2 tot 4 weken en van pop tot imago 1 week. Zelf heb ik alleen waargenomen hoe lang de ontwikkeling van pop tot imago duurt. In de zomer had ik een zeer verse gele pop in een potje gestopt, waar precies 7 dagen later een kever uitkwam. De poppen die ik in de herfst heb verzameld deden er bij kamertemperatuur tenminste 9 tot 17 dagen over om uit te komen. De temperatuur heeft ongetwijfeld een grote invloed op de ontwikkelingssnelheid, maar dat heb ik verder niet onderzocht.
De gedaanteverwisselingen van het lieveheersbeestje zijn niet uniek. Alle kevers, vlinders, muggen en vele andere insecten volgen een soortgelijke ontwikkeling. Het is dan misschien geen uniek verschijnsel, maar het blijft bijzonder.

Caroline Elfferich




Foutje gevonden? Meld het hier. ©opyright boodschap hier.
sluiten x